WetWetWet® - Rotterdam-Rijnmond stroomatlas

WetWetWet Rotterdam-Rijnmond stroomatlas versie 4.1 - Help pagina

Stromingskaarten Stromingskrommen Getij hoogtes Wijzigingen versie 4.1 Modelinfo

Algemene informatie

De Rotterdam-Rijnmond stroomatlas toont de astronomische stroomvelden voor het Rotterdam Rijnmond gebied: voor de aanloop naar de haven van Rotterdam en scheepvaart over de Oude en Nieuw Maas. De gegevens van de stroomatlas zijn gegenereerd met behulp van simulatiemodellen van het Rijks Instituut voor Kust en Zee. Voor de berekeningen is het 'WAQUA-in-SIMONA' model Zeedelta 3D, versie 8 gebruikt. Informatie over Waqua is te vinden op de SIMONA site. In deze stroomatlas worden naast stromingsvelden voor voorgedefinieerde referentiestations zowel dieptegemiddelde stromingskrommen voor de 3 diepteklassen als astronomische getij-informatie (waterstanden) weergegeven.

Stromingskaarten: stromingsgegevens (algemeen)

Als in de startpagina op Stroomatlas Rotterdam Rijnmond wordt geklikt verschijnt het hoofdscherm van de stroomatlas. Dit hoofdscherm verschijnt ook indien in één van de schermen op de knop [stroomingskaarten] of [zoom uit] wordt geklikt. Het hoofdscherm toont het volledige modelgebied dat is opgedeeld in een aantal detail- of zoomgebieden. Deze kan men eenvoudigweg selecteren door het gebied aan te klikken of m.b.v. de dropdown-lijst Zoom regio's.

In de stromingvelden worden de absolute waarden van de stroomsterktes met kleuren weergegeven (in knopen, m/s en km/h), de stroomrichting met pijlen. De waarden bij de pijlen geven de absolute waarden van de stroomsterkte (in knopen) weer.

M.b.v. de [vorige] en [volgende] knoppen en de dropdown-lijst met verschillende tijdstippen t.o.v. hoogtij kan men de stroomprofielen van uur tot uur bekijken, in stappen van 30 minuten.

De Digitale StroomAtlas onderscheidt drie verschillende diepteklassen:
  • 0 -   7.5 m diepte
  • 0 - 15.0 m diepte
  • 0 - 22.5 m diepte
Voor deze diepteklassen zijn de stromingsvelden gepresenteerd. De aangegeven stromingsvelden per diepteklasse zijn altijd het gemiddelde over de gehele waterkolom, dus van de wateroppervlakte tot de maximale diepte van de desbetreffende diepteklasse.

In de Digitale StroomAtlas kunnen verschillende scenario's geselecteerd worden ten opzichte van astronomisch getij en rivierafvoeren. De volgende tabel geeft een overzicht over de tijdperioden die voor de simulatie gebruikt zijn.

RIVIER AFVOER (RIJN + MAAS) DOODTIJ GEMIDDELD GETIJ SPRINGTIJ

LAGE AFVOER

Datum:
HW:
Afvoer:

19/08/1998
12:49 uur
1010 m3

29/08/1998
06:56 uur
1310 m3

09/09/1998
04:15 uur
1250 m3

GEMIDDELDE AFVOER

Datum:
HW:
Afvoer:

21/01/1998
10:35 uur
2470 m3

28/01/1998
02:35 uur
2580 m3

29/01/1998
15:36 uur
2340 m3

HOGE AFVOER

Datum:
HW:
Afvoer:

13/11/1998
10:46 uur
5150 m3

11/11/1998
20:30 uur
5730 m3

07/11/1998
16:37 uur
8800 m3

top

Stromingskrommen: stromingsgegevens (algemeen)

Als op de knop [stromingskrommen] wordt geklikt verschijnt het venster dat stroomkrommen toont in voorgedefinieerde locaties. Ook hier kunnen de verschillende scenario's en diepteklassen zoals beschreven onder Stromingskaarten worden geselecteerd. De krommen laten de amplitude van de dieptegemiddelde snelheden (modelwaarden) zien van 6 uur voor tot 6 uur na hoogtij. De pijlen tonen de richting van de dieptegemiddelde stroming ten opzichte van het Kaart Noorden. Met de dropdown-list Locatie kunnen de verschillende locaties geselecteerd worden.

Men komt weer terug in het hoofdscherm door op de knop [stromingskaarten] te klikken. top

Getij hoogtes: astronomische getij-informatie voor waterstanden

Als op de knop [getij hoogtes] wordt geklikt verschijnt het venster dat getij-informatie m.b.t. de waterstanden biedt. De getij-informatie wordt als doorlopende tijdreeks weergegeven, waarin de HW/ LW tijdstippen en absolute waarden zijn opgenomen. De reeksen zijn voor Hoek van Holland en Moerdijk gegeven.

In het venster voor de getij-informatie kunnen ook weer d.m.v. de hier beschikbare knoppen de gegevens op verschillende tijden in het jaar getoond worden.

Men komt weer terug in het hoofdscherm door op de knop [stromingskaarten] te klikken. top

Wijzigingen versie 4.1

Belangrijke wijzigingen t.o.v. de vorige versie van de stroomatlas, genaamd Nautilus-stroomatlas versie 3, zijn:
  • de interface is verbeterd: o.a. de legenda is verplaatst en stroomsnelheden zijn zowel in knopen, m/s en km/h weergegeven,
  • de IJmond stroomatlas is niet geupdated en daarom niet beschikbaar in versie 4 en hoger,
  • stroomkrommen m.b.t. dieptegemiddelde stroomsnelheden zijn toegevoegd,
  • de naamgeving van zowel het gehele gebied (was Maasmond, is nu Rotterdam Rijnmond) als van een aantal deelgebieden en locaties is gewijzigd,
  • astronomische getij-informatie beschikbaar t/m 2008, inmiddels bijgewerkt t/m 2015
  • het begrip scheepsklasse (ships draft) is vervangen door het begrip diepte klasse (depth range).
top

Model info

ZEEDELTA MODEL VERSIE 8

zeed-j.gif
Geografische ligging Roosterafmetingen Resolutie Courantgetallen Schematisatie Modelkarakteristieken Nauwkeurigheid

Geografische ligging:

Het Zeedelta model is een kromlijnig model in het Parijse coördinatenstelsel en omvat het noordelijk deltabekken en het aansluitende deel van de Noordzee. Het model loopt tot Zandvoort in het noorden en de kop van Schouwen Duiveland in het zuiden. Zeewaarts strekt het zich 25 tot 30 km uit. Verder zijn de volgende wateren in het model meegenomen:

  • Nieuwe Waterweg - Nieuwe Maas - Lek tot Hagestein
  • Beneden-Merwede - Waal tot Tiel
  • Haringvliet - Hollands Diep - Biesbosch - Maas tot Lith
top-modelinfotop

Roosterafmetingen:

Het rooster meet 500 bij 1538 roosterpunten waarvan circa 21% actief (ruim 158600 roostercellen).

top-modelinfotop

Resolutie:

De resolutie varieert sterk. Langs de zeerand liggen rekencellen van 200 tot 400 m. Naar de kust toe ligt de resolutie rond de 100 tot 200 m. In de riviergedeelten liggen gemiddeld 8 tot 14 rekencellen in de breedte, wat neerkomt op een resolutie van ongeveer 40 m. De uiterwaarden zijn in het algemeen veel grover geschematiseerd, met resoluties oplopend tot 150 m.

top-modelinfotop

Courantgetallen:

De Courantgetallen variëren van 4 tot 13 in het zeegebied. In het traject Nieuwe Waterweg - Nieuwe Maas zijn de Courantgetallen rond de 13. In het Callandkanaal komen waarden voor tussen de 16 en 18. Ook op de Maas komen waarden voor tegen de 20.

top-modelinfotop

Schematisatie:

In de schematisatie zijn de volgende elementen meegenomen:

  • Haringvlietsluizen (met 17 barriers)

Hiervoor geldt dus dat elke individuele opening wordt gerepresenteerd door één barrier-element.

Voor de bodemschematisatie is gebruik gemaakt van de meest recente en dicht bij de kust gelegen dieptebestanden van 1999, lopend langs de gehele kust en zeewaarts tot ongeveer 10 km, inclusief de rivieren. Verder is gebruik gemaakt van lodingsgegevens van de Dienst der Hydrografie voor de Noordzee, aangevuld met een terreinmodel voor de Noordzee (1990) en gedigitaliseerde kaarten. De diepteschemetisatie voor de riviertakken is overgenomen uit de vorige versie, op basis van lodingen van 1995.

top-modelinfotop

Modelkarakteristieken:

Het model wordt aangestuurd met Riemannrandvoorwaarden langs de zeerand en debietrandvoorwaarden op de rivierranden op de Lek, Waal en Maas. De zeerandvoorwaarden komen uit het Kuststrook model.

Voor het draaien van het model worden de volgende instellingen aangehouden:

  • tijdstap = 30 seconden
  • ruwheid: Manning in het zeegebied (0,024 s/m1/3) en White Colebrook op de rivieren (0,005 tot 0,200 m)
  • diffusie = 50 m2/s, met lokaal ter plaatse van de Nieuwe Waterweg waarden oplopend tot 1500 m2/s
  • viscositeit = 6 m2/s

Dit model wordt zowel in 2D- (Waqua) als 3D-mode (Triwaq) gedraaid.

Voor het draaien in 3D-mode worden de volgende instellingen veranderd:

  • turbulentie volgens k-epsilon formulering
  • diffusie = 1 m2/s (wordt in feite overgenomen door turbulentie)
top-modelinfotop

Nauwkeurigheid:

Er is een modelgemiddelde standaardafwijking van de waterstanden bepaald, zowel voor een astronomische conditie als een conditie waarbij variabele wind- en drukvelden zijn opgelegd. De standaardafwijkingen zijn:

  • astro condities: 7 cm
  • meteo condities: 10 cm